Toen ik ontslagen werd voelde ik me boos  en machteloos. Alles had ik gegeven, en dan nu dit.
De vraag die bleef rondspoken was ‘als ik nou …… had ik dit dan kunnen voorkomen?!’

Je baan kwijt. Met lege handen staan. Boosheid. Verdriet. Teleurstelling. Wat nu?
De impact van baanverlies wordt vaak nog onderschat. Dit kan leiden tot klachten die aanhouden, lang nadat je ontslagen bent. Sterker nog ze kunnen toenemen met de tijd. Met name boosheid, schuld en schaamte zijn hardnekkige emoties, die niet zomaar verdwijnen.

De afgelopen tien jaar heb ik honderden mensen begeleid die hun baan zijn kwijtgeraakt. Ik zag bij velen symptomen die sterk lijken op rouw, alleen die niet als zodanig erkend en dus behandeld worden. Hierdoor lopen er veel mensen onnodig vast en is het vele malen lastiger om met vertrouwen naar de toekomst te kijken, om te geloven dat het vinden van een nieuwe baan mogelijk is.

Dit was voor mij de aanleiding om in het voorjaar van 2015 een onderzoek te starten naar de impact van baanverlies. Ik verricht dit onderzoek in samenwerking met prof. dr. Paul Boelen en prof. dr. Toon Taris van de Universiteit Utrecht.

Dit wetenschappelijke onderzoek naar baanverlies bestaat uit verschillende delen.

Artikel één:
Het ontwikkelen en valideren van een vragenlijst, de WerkVerliesLijst, die gebruikt kan worden als screeningsinstrument. Zodat jij zelf, maar ook professionals kunnen meten of er sprake is van rouwsymptomen als gevolg van je (dreigende) baanverlies. Op 1 mei 2018 is de WerkVerliesLijst tijdens het symposium WerkVerlies – Het is maar werk! wereldkundig gemaakt en kan hij kosteloos worden ingevuld op www.werkverlieslijst.nl Het wetenschappelijk artikel rondom de ontwikkeling en validatie van deze lijst is afwachting van publicatie.

Artikel twee:
In het vervolgartikel brengen we risico- en beschermende factoren in kaart voor het ontwikkelingen van gecompliceerde rouwklachten als gevolg van baanverlies. Hoe komt het dat de ene persoon ‘vastloopt’ na het verlies van diens baan en de ander het ‘fluitend’ naast zich neer kan leggen?

Op basis van de resultaten van artikel 1 en 2 wordt besloten hoe het vervolgonderzoek eruit gaat zien.